Hatsjoe. ‘Ik ben alweer verkouden,’ klaagt mijn zoon bijna wekelijks. Het is 2017, dus we hoeven hem niet om de haverklap te laten testen. Wel zet ik mijn vraagtekens bij die vele verkoudheden. De rest van de familie steekt hij namelijk niet aan. En met de gigantische hoeveelheden Lego die hij verzamelt, is het erg lastig om zijn kamer goed stofvrij te houden. En tja… ikzelf ben onder andere allergisch voor huisstofmijt.
Ik weet dat de kans op allergie bij kinderen flink toeneemt als een of beide ouders allergisch is. De kans is dus groot dat hij niet steeds verkouden is, maar ook last heeft van allergie. Iets wat de huisarts bevestigt.
Allergie in de familie vergroot dus de kans op een allergisch kind. Maar erfelijke factoren alleen verklaren niet waarom zoveel meer mensen de afgelopen decennia de diagnose ‘allergie’ kregen. Een van de theorieën die de laatste jaren opgang maakt, is de zogenaamde ‘hygiënehypothese’. Die stelt dat we tegenwoordig te weinig met bacteriën in aanraking komen, waardoor ons afweersysteem niet goed leert welke stoffen gevaarlijk zijn en welke niet. Daardoor begint het te reageren op onschadelijke stoffen en ontstaat een allergie.
Dat bacteriën een aanzienlijke rol spelen bij allergische aandoeningen, zoals hooikoorts of eczeem, komt ook naar voren uit de vele wetenschappelijke onderzoeken die de laatste jaren gedaan zijn. Een aantal van deze onderzoeken hebben we voor u op een rijtje gezet in dit nummer van No Guts No Glory.
Wilt u meer weten? Bezoek dan onze themapagina of meldt u aan voor een van onze geaccrediteerde webinars .
Anneliet Bannier
Redacteur